• Home
  • Motornieuws
  • Euro NCAP test rijhulpsystemen op zichtbaarheid motorrijder

Euro NCAP test rijhulpsystemen op zichtbaarheid motorrijder

Motorrijders zijn vaak niet goed zichtbaar voor de verschillende elektronische rijhulpsystemen in auto's. Deze rijhulpsystemen (ADAS) bestaan onder andere uit adaptive cruise control, die automatisch afstand houdt tot de voorligger, rijbaanassistentie en een noodremsysteem. Met name in de laatste paar jaar maken deze systemen ook een flinke opmars in goedkopere auto's, waardoor er dus steeds meer auto's met zulk soort systemen op de weg komen. Deze systemen zorgen ervoor dat auto's een hogere veiligheidsscore in de Euro NCAP test scoren, van ten minste 4 sterren. Volgens de FEMA (Federatie van Europese Motorrijdersverenigingen) is dit een zorgelijke ontwikkeling, juist omdat veel van deze systemen niet getest zijn met motorrijders in het achterhoofd. 

Al in 2016 kwam de RDW met een onderzoek waaruit naar voren kwam, dat de ADAS systemen in auto's moeite hebben met het detecteren van motorrijders. Zo grijpt de adaptieve cruise control later in bij het zien van motorrijders. Hierdoor ontstaat een minder veilige volgafstand. Het grootste probleem ontstaat echter wanneer motorrijders meer aan de zijkant van de rijstrook rijden. In dat geval 'zien' de ADAS systemen de motorrijder vaak helemaal niet, waardoor ingrijpen van de bestuurder nodig is.

Op basis van deze testen, hebben de RDW en FEMA druk uitgeoefend op Europees niveau en met succes. Euro NCAP heeft een test ontwikkeld, speciaal voor het detecteren van kwetsbare weggebruikers door ADAS systemen. Hier valt ook de motorrijder onder, waarvoor de organisatie speciaal een crashtestdummy in zal zetten vanaf 2023.

Deze nieuwe test zal de volgende ADAS systemen meenemen in de resultaten:

  • Autonoom Noodrem systeem (AEB), dit systeem remt zelfstandig bij het detecteren van een mogelijke crash
  • Botswaarschuwing voorzijde (FCW), een audiovisueel signaal dat de autorijder waarschuwt bij een mogelijke botsing aan de voorkant
  • Autonome nood stuuringreep (AES), bij het detecteren van een gevaar op een crash, stuurt dit systeem automatisch weg van het gevaar
  • Ondersteunende stuuringreep (ESS), dit systeem ondersteunt de bestuurder bij het uitvoeren van een ontwijkende manouvre op een mogelijk ongeval

De testdummy op de motorfiets zal gekleed zijn in een zwarte jas en blauwe spijkerbroek. Volgens Euro NCAP komt deze combinatie het meest overeen met de zichtbaarheid van de gemiddelde motorrijder. Iets waar zeker in de wintermaanden vraagtekens bij gezet kunnen worden, aangezien de meeste motorpakken volledig zwart of donkergekleurd zijn met hooguit wat reflecterende delen.

Ook de weg waarop de test op wordt uitgevoerd kent strikte voorwaarden. Zo wordt de test uitgevoerd op een volledig droge geasfalteerde weg, waarbij er geen grote ongeregeldheden in het wegdek aanwezig mogen zijn. Putten en kuilen, maar ook een lichte helling maken dus geen onderdeel uit van de test. Enerzijds begrijpelijk, daar botsproeven met auto's ook vaak op zeer vlak terrein plaatsvinden. Aan de andere kant geeft de Euro NCAP zelf aan dat de meeste ongelukken met kwetsbare weggebruikers plaats vinden in stedelijke gebieden. Waarbij de wegen in Europese binnensteden toch vaak onderbroken worden door tramrails, putdeksels of klinkers.

Verder is het zo dat het grootste gedeelte van de testen overdag plaats zal vinden, waarbij er geen extremen mogen zijn, zoals harde wind of een zicht minder dan 1 kilometer. Daarnaast mogen er geen andere voertuigen, bouwwerken of andere personen in een straal van 4 meter van de testauto zijn. Euro NCAP heeft hier een logische verklaring voor; om een duidelijk beeld te schetsen van wat de sensoren werkelijk zien, is het belangrijk dat deze niet verstoord worden door de omgeving.

Zeker gezien het onderzoek van de RDW dat motorrijders vaak helemaal niet of slecht zichtbaar zijn, is het een flinke stap in de goede richting dat deze systemen nu specifiek getest worden op de zichtbaarheid van de motorrijder. Daarnaast zijn dezelfde soort testen voor auto's onder ongeveer dezelfde omstandigheden. Maar, juist omdat het hier gaat om autonome systemen, is verdere ontwikkeling van de testen, met slecht zicht en wegdek onder echt stedelijke omstandigheden, nog wel nodig.

De test zelf bestaan uit meerdere scenario's. Er worden verschillende testen uitgevoerd, waarbij de auto het achteropkomende verkeer is. De motorrijder staat hierbij stil of vertraagt stevig, waarbij het doel is, dat er gekeken wordt wanneer de verschillende systemen ingrijpen. Daarnaast wordt er een test uitgevoerd, waarbij de auto afslaat en de motorrijder voorrang heeft volgens de rechtdoor-op-dezelfde-weg regel. Ook hierbij zullen er verschillende snelheden worden toegepast, die variëren tussen de 10 en 20 kilometer per uur voor de auto en 30 tot 60 kilometer per uur voor de motorrijder.

Als laatste zal er een test plaatsvinden, waarbij de motorrijder de auto inhaalt tot een snelheid van boven de 80 kilometer per uur.
Wanneer er tijdens de test een crash plaatsvind, moet de test herhaald worden, waarbij de snelheid met 5 kilometer omlaag gaat. Doel van de test is om te kijken of de eerder genoemde systemen op tijd in werking treden. Hoe hoger de snelheid bij een succesvolle test, hoe hoger de puntenscore uiteindelijk zal uitvallen. Ook voor de scenario's geldt dat deze onder strikte voorwaarden plaats vinden. Dus geen plotselinge manoeuvres van één van beide voertuigen, ook snel optrekken van motorrijder wordt uitgesloten.

Ondanks de klinische opzet van de test, lijkt dit alles een goede ontwikkeling van de Euro NCAP test procedure. Autofabrikanten worden hierdoor immers in de nabije toekomst al gedwongen om de ADAS systemen te ontwikkelen met kwetsbare weggebruikers als uitgangspunt.


Share

Laatste Nieuws


© Copyright Motorcentraal